Een elektrische wagen thuis opladen is comfortabel: je parkeert de wagen, sluit hem aan en vertrekt later opnieuw met een opgeladen batterij. Maar een laadpaal thuis installeren vraagt iets meer voorbereiding dan alleen een geschikte plek aan de gevel kiezen.
Het laadvermogen van je wagen, je elektriciteitsaansluiting, de bekabeling en de plaats van de laadpaal spelen allemaal een rol. Bovendien moet de installatie veilig en correct gebeuren. We overlopen de belangrijkste aandachtspunten voor een laadpaal bij je thuis in Vlaanderen.
Controleer eerst je elektrische installatie en aansluiting
Niet elke woning heeft dezelfde elektriciteitsaansluiting. Voor je een laadpaal kiest, is het daarom verstandig om eerst te bekijken welke aansluiting je hebt en hoeveel vermogen er beschikbaar is.
Je woning kan bijvoorbeeld een eenfasige of driefasige aansluiting hebben. Daarnaast komen in Belgiรซ verschillende elektriciteitsnetten voor, waaronder 3N400V en 3x230V. Dat kan mee bepalen welke laadmogelijkheden technisch haalbaar zijn.
Ook het maximale laadvermogen van je elektrische wagen is belangrijk. Een laadpaal met een hoog vermogen betekent namelijk niet automatisch dat je wagen ook sneller zal laden. De auto zelf, de laadpaal รฉn de elektrische installatie moeten het laadvermogen ondersteunen.
Een zwaardere netaansluiting is bovendien niet altijd noodzakelijk. Wanneer je wagen bijvoorbeeld โs nachts lange tijd kan laden, kan een lager laadvermogen in veel situaties volstaan. Is er toch onvoldoende capaciteit beschikbaar, dan kan een aanpassing van de aansluiting nodig zijn.
Laat daarom vรณรณr de installatie controleren wat technisch mogelijk en zinvol is voor jouw woning en wagen.
Kies een geschikte plaats voor je laadpaal
Ook de locatie verdient aandacht. Een laadpunt kan bijvoorbeeld aan een muur worden gemonteerd of vrijstaand op een laadpaal worden geplaatst.
Denk vooral praktisch. Waar staat je wagen meestal? Parkeer je vooruit of achteruit? En waar bevindt de laadpoort van je elektrische wagen zich? De kabel moet gemakkelijk van het laadpunt tot de wagen raken zonder dat hij voortdurend in de weg ligt.
Volgens de Vlaamse overheid moet een laadpunt voldoende dicht bij het voertuig staan, omdat je bij een laadpunt geen verlengkabel mag gebruiken.
Kijk daarnaast naar de afstand tussen je elektriciteitskast en de gewenste plaats van de laadpaal. Hoe het kabeltraject precies kan lopen, hangt af van je woning. Soms kan de bekabeling eenvoudig door een garage of technische ruimte worden gelegd. In andere situaties zijn bijkomende werken nodig om de laadpaal op de oprit te bereiken.
Door de plaats vooraf goed te bepalen, vermijd je dat tijdens de installatie blijkt dat een andere locatie praktischer was.
Denk na over het juiste laadvermogen en slim laden
Bij een laadpaal thuis is een zo hoog mogelijk laadvermogen niet noodzakelijk de beste keuze. Belangrijker is dat het vermogen past bij je elektrische wagen, je rijgedrag en je woning.
Je laadpaal is namelijk niet de enige elektrische verbruiker in huis. Terwijl je wagen laadt, kunnen bijvoorbeeld ook een kookplaat, warmtepomp, wasmachine of andere toestellen elektriciteit vragen. Wanneer verschillende grote verbruikers tegelijk actief zijn, kan het totale vermogen sterk oplopen.
Daarom kan slim laden interessant zijn. Met dynamische load balancing kan het laadvermogen van de wagen worden aangepast aan het elektriciteitsverbruik in de woning. Vraagt de rest van het huis tijdelijk veel vermogen, dan kan de wagen trager laden. Daalt het huishoudelijke verbruik opnieuw, dan kan er meer vermogen naar de laadpaal gaan.
Heb je zonnepanelen? Dan kan een geschikte slimme laadoplossing ook helpen om het laden beter af te stemmen op je zonneproductie. Zo kan je proberen een groter deel van je eigen opgewekte elektriciteit rechtstreeks voor je wagen te gebruiken. Hoeveel daarvan in de praktijk lukt, hangt onder andere af van je zonneproductie, rijgedrag, laadmomenten en het gekozen laadsysteem.
Vergeet de keuring en aanmelding niet
Een laadpaal wordt aangesloten op je elektrische installatie en moet daarom correct beveiligd worden. Zo vermeldt de Vlaamse overheid onder meer dat een thuislaadpunt een afzonderlijke differentieelstroomschakelaar van maximaal 30 mA nodig heeft. Een elektro-installateur kan bepalen welke beveiligingen voor jouw installatie vereist zijn.
Na de plaatsing moet de installatie bovendien gekeurd worden. De Vlaamse overheid adviseert om de installatie door een elektro-installateur te laten uitvoeren en vermeldt dat het laadpunt achteraf gekeurd moet worden.
Daar stopt het administratieve luik niet. Private laadpalen die op het laagspanningsnet zijn aangesloten en een vermogen van 5 kVA of meer hebben, moeten bij Fluvius worden aangemeld. Dat kan via Mijn Fluvius. Als gebruiker ben je verantwoordelijk voor die aanmelding, al kan je installateur dit voor jou uitvoeren.
Bewaar daarom ook het keuringsverslag en de technische gegevens van je laadpaal zorgvuldig.
Een goede voorbereiding maakt het verschil
Een laadpaal thuis installeren begint dus niet bij het toestel zelf, maar bij je volledige situatie. Welke elektrische wagen heb je? Hoeveel en wanneer wil je laden? Welke aansluiting heeft je woning? Waar parkeer je? En zijn er andere grote elektrische verbruikers of zonnepanelen aanwezig?
Op basis daarvan kan je bepalen welk laadvermogen en welke functies werkelijk nuttig zijn. Zo vermijd je dat je betaalt voor vermogen dat je niet kunt gebruiken of dat achteraf bijkomende aanpassingen aan je elektrische installatie nodig blijken.
Wie een laadpaal laat installeren, doet er daarom goed aan om vooraf de woning, aansluiting en het verwachte laadgebruik te laten bekijken. Proenergy kan daarbij nagaan welke laadoplossing technisch past bij jouw woning en elektrische wagen.